Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1083.
Verder zijn uitgezonderd van de mogelijkheid van beperking vorderingen genoemd onder 2, lid 1, onder d, e en f, LLMC (art. 8:752, lid 1, aanhef en onder d, e en f, BW), voor zover deze vorderingen betrekking hebben op een beloning krachtens een met de aansprakelijke persoon gesloten overeenkomst (art. 2, lid 2, tweede volzin, LLMC; art. 8:752 lid 2, tweede volzin, BW). Dit betekent dat een vordering die voortvloeit uit een overeenkomst tot wrakopruiming of opruiming van lading, gesloten tussen de aansprakelijke persoon en de schuldeiser, niet beperkt kan worden. De scheepseigenaar die een overeenkomst tot bijvoorbeeld berging sluit, is aan het bergingsbedrijf, begrijpelijk, dan ook gewoon het gehele bedrag verschuldigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67, en de alinea staat in dat document op bytes 47009 tot 47816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67 | shasum -a 256