Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1083.

Geconstateerd moet worden dat noch art. 18 LLMC noch de onderdelen d en e van art. 2 lid 1 LLMC zich in hun reikwijdte beperken tot vorderingen van overheidslichamen. Dat een dergelijke beperking bedoeld is, blijkt ook niet uit de Travaux Préparatoires. Er blijkt juist een bewuste keuze te zijn gemaakt om in de LLMC géén speciale regeling voor vorderingen van overheidslichamen op te nemen. Zo is een Canadees voorstel om in onderdeel d een uitzondering te maken voor kostenverhaal door verdragsstaten, niet overgenomen. Ook een voorstel van de Verenigde Staten om kostenverhaal door ‘public authorities’ in zijn algemeenheid uit te sluiten van beperking door opneming van die vorderingen in art. 3 LLMC, is niet gevolgd. Het gevonden compromis is (slechts) dat verdragsstaten door het maken van het voorbehoud van art. 18 lid 1 LLMC de mogelijkheid wordt geboden om in deze kwestie eigen keuzes te maken. Daarmee is doorslaggevend wat de nationale regeling bepaalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67, en de alinea staat in dat document op bytes 54409 tot 55625.