Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017
Onder 2.36 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1083.
Griggs e.a. hanteren dus drie argumenten, die ik alle overtuigend acht. In de eerste plaats voeren zij aan dat het vreemd zou zijn als een vordering die is uitgesloten van beperking doordat een verdragsstaat gebruik maakt van het voorbehoud van art. 18 LLMC, terugkeert in de algemene bewoordingen van een ander onderdeel en dan wel te beperken zou zijn. Met andere woorden, het bijzondere regime van een verdragsstaat moet als een lex specialis worden gezien, waaraan voorrang dient te worden gegeven. In de tweede plaats wijzen Griggs e.a. op het uitgangspunt dat niet de rechtsgrond, maar het onderwerp van de vordering bepalend is voor de vraag of aansprakelijkheid beperkt kan worden. Het derde argument, dat hierbij aansluit, houdt in dat in de eerste volzin van art. 2, lid 2 LLMC expliciet is neergelegd dat ook als een vordering bij wijze van verhaal wordt ingesteld, de in het eerste lid genoemde vorderingen vatbaar zijn voor beperking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67, en de alinea staat in dat document op bytes 69209 tot 70230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67 | shasum -a 256