Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1083.

“165. Er stelt zich overigens ook een probleem wanneer de scheepseigenaar niet door een overheid gedwongen wordt, maar op eigen initiatief het wrak en/of de lading laat bergen, en vervolgens deze kosten terugvordert van de aansprakelijke scheepseigenaar. Gaat het dan om een vordering in de zin van artikel 2, 1, d LLMC, waarvoor in België geen beperking mogelijk is? Dergelijke vordering kan evenzeer gekwalificeerd worden als gevolgschade in de zin van artikel 2, 1, a LLMC, waarvoor wel beperking mogelijk is. Bovendien gaat het LLMC-verdrag principieel uit van de beperkbaarheid van vorderingen m.b.t. opruimingskosten, en is de uitzondering die hierop wordt toegelaten bedoeld ter bescherming van overheden en eigenaars van nautische infrastructuur. Derhalve zou perfect geoordeeld kunnen worden dat, wanneer geen overheid betrokken is en de opruimingskosten louter tussen scheepseigenaars onderling worden gevorderd, deze vordering voor beperking vatbaar is. Het hoger vermelde vonnis van de beslagrechter te Antwerpen lijkt echter de tegenovergestelde opvatting te huldigen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67, en de alinea staat in dat document op bytes 76856 tot 78013.