Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1083.

Onder 2.28 is uiteengezet dat niet kan worden aangenomen dat het voorbehoud van art. 18 LLMC uitsluitend betrekking heeft op vorderingen van vaarwegbeheerders. Hoewel het juist is dat de belangen van vaarwegbeheerders of andere publieke lichamen een belangrijke rol hebben gespeeld bij de mogelijkheid het voorbehoud van art. 18 LLMC te maken, blijkt noch uit de tekst noch uit Travaux Préparatoires dat beoogd is dat het voorbehoud alleen op dergelijke vorderingen ziet. Ook voor de Nederlandse invulling van het voorbehoud, neergelegd in art. 8:755 lid 1, aanhef en onder b, BW geldt dat daaruit niet blijkt dat het voorbehoud uitsluitend betrekking heeft op vorderingen van vaarwegbeheerders. Dit kan ook niet uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid. Nu ook de onderdelen d en e van art. 8:752 lid 1 BW, waarnaar art. 8:755 lid 1 onder b verwijst, niet inhouden dat het bij de daar bedoelde vorderingen uitsluitend gaat om vorderingen van vaarwegbeheerders of andere publieke lichamen, volgt ook daaruit dat het gemaakte voorbehoud betrekking heeft op alle vorderingen in verband met werkzaamheden als omschreven in die onderdelen, ongeacht door wie de vordering is ingesteld. Dit laatste is overeenkomstig de uitleg die moet worden gegeven aan het in dezen leidende art. 2 lid 1, onderdelen d en e LLMC.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62f4e80eadc87a9b063b9700fdb1019fcdb19bafda2858f010a6a28930ea0f67, en de alinea staat in dat document op bytes 90584 tot 91940.