Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.40 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1085.

De vergelijking die Martínez maakt met de redenering die is gevolgd in The Breydon Merchant voor regresvorderingen ten aanzien van kosten van hulpverlening, gaat naar mijn mening mank. In de eerste plaats omdat voor hulpverlening een specifieke bepaling is opgenomen in art. 3, aanhef en onder a, LLMC, waarvan de ratio is te voorkomen dat een belemmering zou ontstaan voor het verlenen van hulp aan een in gevaar verkerend schip; díe ratio bestaat niet voor de regresvordering terzake van hulpverlening (de hulp is dan immers reeds verleend). Tegen die achtergrond is dan begrijpelijk dat geoordeeld wordt dat de regresvordering autonoom moet worden beoordeeld. Een dergelijke specifieke ratio geldt niet voor een vordering van kosten uit wrakopruiming, waarmee het uitgangspunt reeds onvergelijkbaar is. In de tweede plaats wordt eraan voorbijgegaan dat art. 2, zowel in de aanhef van lid 1 als in de eerste volzin van lid 2, expliciet bepaalt dat de in lid 1 genoemde vorderingen vatbaar zijn voor beperking, ongeacht de grondslag van de aansprakelijkheid en al dan niet bij wijze van verhaal. Dit staat niet in art. 3 LLMC.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28250b200b1de8c92e8ec13b5c37d29391aa4c95aeebb86f7d6b946a403b82ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28250b200b1de8c92e8ec13b5c37d29391aa4c95aeebb86f7d6b946a403b82ff, en de alinea staat in dat document op bytes 75986 tot 77198.