Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1089.

In het hiervoor geciteerde oordeel in rov. 12 dat [eiser] c.s. tegenover [verweerder 1] geen beroep kunnen doen op het gezag van gewijsde van de beschikking van het voormalig hof Leeuwarden van 17 juni 2010, ligt kennelijk besloten dat naar het oordeel van het hof niet is voldaan aan de voorwaarde van art. 236 lid 1 Rv dat sprake is van een ander geding “tussen dezelfde partijen”. Dit kan worden afgeleid uit de overweging dat nu de kantonrechter in zijn – door het hof bekrachtigde – beschikking van 23 juni 2008 heeft beoordeeld of de door [verweerder 1] opgestelde rekening en verantwoording moet worden goedgekeurd, hij deze kennelijk heeft behandeld als een aan hem gedane rekening en verantwoording als bedoeld in art. 1:445 lid 2, tweede zin, BW en niet als aan de erfgenamen van de erflaatster als rechthebbenden gedane rekening en verantwoording.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545, en de alinea staat in dat document op bytes 36824 tot 37703.