Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1089.

Op grond van art. 1:445 lid 5 BW vindt het aangaande de voogdijrekening in de paragrafen 10 en 11 van afdeling 6 van titel 14 bepaalde “voor het overige” overeenkomstige toepassing. In art. 1:373 lid 1 BW is met betrekking tot de rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij bepaald dat de voogd deze rekening en verantwoording doet hetzij aan de meerderjarig gewordene, hetzij aan de erfgenamen van de minderjarige, wanneer deze overleden is, hetzij aan zijn opvolger in het bewind.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545, en de alinea staat in dat document op bytes 39539 tot 40051.