Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1089.

De in de cassatiedagvaarding genoemde paragraaf 21 bevat de stelling van [eiser] c.s. dat zij over de transacties inzake de Luxemburgse banktegoeden “waarschijnlijk nooit iets [hadden] vernomen, ware het niet dat de vriendin van [betrokkene 4] hen daarover had getipt”, hetgeen het hof heeft ‘vertaald’ in de bewoordingen dat zij langere tijd onkundig zijn gelaten omtrent het gebeurde inzake de Luxemburgse banktegoeden. In de door het hof genoemde paragraaf 63 is gesteld dat [betrokkene 1] nimmer uit eigen beweging enige mededeling heeft gedaan omtrent de litigieuze schenkingsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545, en de alinea staat in dat document op bytes 48922 tot 49538.