Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1089.
Volgens W. Snijders gaat het om een soort straf. Z.i. is de bepaling vanwege dit karakter weliswaar in het burgerlijk recht hoogst ongebruikelijk, maar is het moeilijk deelgenoten op andere wijze effectief te beschermen tegen een vorm van bedrog die in de praktijk maar al te gemakkelijk is. De deelgenoten zijn, aldus Snijders, in het bijzonder bij de gemeenschappen waarop art. 3:194 lid 2 BW van toepassing is, voor wat betreft de in die gemeenschap vallende baten vaak volledig van elkaars inlichtingen afhankelijk. Zonder een regel als de onderhavige is aan verzwijging nauwelijks enig risico verbonden; het enige gevaar dat men dan loopt, is dat het verzwegene alsnog in de verdeling moet worden betrokken, hoogstens met vergoeding van enige schade ter zake van vertraging .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545, en de alinea staat in dat document op bytes 54270 tot 55126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545 | shasum -a 256