Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1089.

Uit met name het artikel van Meijers kan m.i. worden afgeleid hoe het begrip ‘opzettelijk’ in het tweede lid van art. 3:194 lid 2 BW is terechtgekomen en voorts dat van ‘opzettelijk handelen of nalaten’ sprake is indien de deelgenoot de opzet/het oogmerk had om de andere deelgenoten te benadelen. Gelet daarnaast op de hiervoor vermelde overige literatuur meen ik dat de rechtsopvatting van het hof dat de sanctie van art. 3:194 lid 2 BW eerst aan de orde kan zijn als de opzet van de oneerlijke deelgenoot erop is gericht de overige deelgenoten te benadelen, met het strafkarakter van de sanctie van art. 3:194 lid 2 BW strookt. In die visie kan het oordeel van het hof als juist worden aanvaard en faalt het derde onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f35cbda9e7cdcca6b574348f66fc946dd092d8627692bf8b3664f536bff6c545, en de alinea staat in dat document op bytes 66080 tot 66829.