Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2017
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1092.
Gelet op de in de arresten van 2014 en 2016 genoemde argumenten met betrekking tot de wezenlijke invloed van de mondelinge interactie tussen partijen en de rechter ter zitting en het daadwerkelijk meewegen van het tijdens de mondelinge behandeling verhandelde bij de totstandkoming van de beslissing en voorts mijn standpunt onder 2.17 dat deze argumenten ook (hebben te) gelden voor de situatie dat een raadsheer-commissaris de zaak mondeling behandelt en de meervoudige kamer van het hof vervolgens beslist, is het hof m.i. in de onderhavige zaak bij de wijze van behandeling en beslissing van de zaak uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de reikwijdte van het recht van partijen om hun standpunten mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten (art. 279 lid 1 Rv in samenhang met art. 362 Rv en art. 6 EVRM).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f412431d048b0682efa8dc3c3c01613fd85708eb8d014168c2970bf01563d27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f412431d048b0682efa8dc3c3c01613fd85708eb8d014168c2970bf01563d27, en de alinea staat in dat document op bytes 32090 tot 32950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f412431d048b0682efa8dc3c3c01613fd85708eb8d014168c2970bf01563d27 | shasum -a 256