Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017
Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1099.
Hier komt nog bij dat de goede werking van de bepleite regel veronderstelt dat het mogelijk is om vast te stellen dat tussen partijen een nadere overeenkomst is tot stand gekomen, zonder dat de inhoud van die nadere overeenkomst vaststaat. Die veronderstelling zal lang niet altijd opgaan, omdat het bewijs van de totstandkoming van een nadere overeenkomst en het bewijs van de inhoud van die overeenkomst hand in hand gaan. Zonder dat de inhoud vaststaat, zal zich immers veelal niet laten vaststellen dat partijen met hetgeen zij over en weer nader hebben verklaard en begrepen, zich van hun aanvankelijke overeenkomst hebben verwijderd. Dat in het onderhavige geval wel vaststaat dat partijen een nadere overeenkomst zijn aangegaan, is uiteraard geen reden om voor dit geval anders te oordelen. Als de onbruikbaarheid van een voorgestelde bijzondere regel wat betreft vele gevallen bij voorbaat vaststaat, is dat een goede reden om van die regel af te zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3, en de alinea staat in dat document op bytes 39486 tot 40460.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3 | shasum -a 256