Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1099.

Deze klacht gaat uit van een onjuiste, althans onvolledige, lezing van het arrest van het hof. Door het hof is niet geoordeeld dat de datum van 28 februari 2011 slechts als niet fataal zou hebben te gelden als partijen een nieuwe fatale termijn zouden zijn overeengekomen. Het hof heeft eerst in rechtsoverweging 3.8.2 vastgesteld dat ‘milestones’ in artikel 16.1 van de Raamovereenkomst uitdrukkelijk worden aangemerkt als termijnen die door partijen expliciet als fataal zijn aangeduid en dat de milestones in het Projectplan zijn omschreven als opleveringsmomenten gedurende het project. Vervolgens heeft het hof in de hier bestreden rechtsoverweging 3.8.5.1 vastgesteld dat de datum van 28 februari 2011 tussen partijen geldt als een milestone. In het licht van hetgeen het hof onder 3.8.2 had overwogen, volgt hieruit reeds dat de datum van 28 februari 2011 als een fatale termijn heeft te gelden. Vervolgens reageert het hof op het door Alert c.s. gevoerde verweer dat de omstandigheid dat de datum voor de eerste IAT ‘for the time being’ op 28 februari 2011 is gesteld, betekent dat er geen fatale termijn was overeengekomen (rechtsoverweging 3.8.5). Dááromtrent overweegt het hof dat, in mijn woorden, die omstandigheid alleen dwingend zou zijn indien partijen een nieuwe fatale termijn zouden zijn overeengekomen. Aldus heeft het hof de systematiek van de Raamovereenkomst zwaar laten wegen en is het uitgegaan van een gangbare betekenis van de woorden ‘for the time being’, namelijk ‘tot op het moment dat een andere afspraak wordt gemaakt’. Beide dunkt mij niet onbegrijpelijk. Dat het hof zou hebben miskend dat de vraag of een overeengekomen termijn een fataal karakter draagt, op grond van de Haviltex-maatstaf moet worden beantwoord, valt niet in te zien. Dat het hof een niet-dwingende aanwijzing voor het niet-fatale karakter van de termijn van 28 februari 2011 – dat de formulering ‘for the time being’ daarvoor een mogelijke aanwijzing is, lijkt mij vanzelfsprekend – onvoldoende heeft geoordeeld, sluit niet alleen aan bij de bedoelde systematiek van de Raamovereenkomst en een gangbare betekenis van de woorden ‘for the time being’, maar ook bij art. 6:83 lid 1 aanhef en onder a BW, volgens welke het verstrijken van een voor voldoening bepaalde termijn het verzuim zonder ingebrekestelling doet intreden ‘tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft’. ’s Hofs niet onbegrijpelijke oordeel komt erop neer dat die andere strekking niet is gebleken. Weliswaar hadden partijen in artikel 16.1 van de Raamovereenkomst een andere maatstaf geformuleerd (‘dan wel een andere expliciet door partijen als fatale termijn aangeduide termijn’), maar die andere maatstaf gold niet voor de milestones.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3, en de alinea staat in dat document op bytes 56231 tot 59103.