Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Onder 2.33. Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1099.

De klacht mist feitelijke grondslag, nu in het arrest van het hof geen aanknopingspunten zijn te vinden voor een lezing volgens welke het hof bewijs heeft gewaardeerd en/of een vermoeden heeft aangenomen. Het hof heeft zich voor zijn beslissing gebaseerd op tussen partijen vaststaande feiten naar aanleiding van het debat dat partijen naar aanleiding van diezelfde feiten hebben gevoerd. Voor zover het hof daarbij ervan is uitgegaan dat op Alert c.s. de stelplicht rustte met betrekking tot feiten en omstandigheden die mee kunnen brengen dat de overeengekomen termijn voor de eerste IAT van 28 februari 2011 – die, anders dan het onderdeel doet voorkomen, onmiskenbaar ‘een voor de voldoening bepaalde termijn’ in de zin van de wet is – een andere strekking heeft dan dat Alert c.s. door het verstrijken van de termijn in verzuim zou geraken, is dat geheel in overeenstemming met het stelsel van art. 6:83 aanhef en onder a BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3, en de alinea staat in dat document op bytes 66829 tot 67879.