Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Onder 2.61. Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1099.

Naar moet worden aangenomen heeft het onderdeel met deze klacht het oog op de omstandigheid dat in artikel 23.8 van de Raamovereenkomst is opgenomen dat JBZ de overeenkomst kan ‘beëindigen’, terwijl het hof lijkt te hebben aangenomen dat JBZ op grond van dit artikel tot ontbinding van de overeenkomst mocht overgaan. De juistheid van die aanname is niet vanzelfsprekend, zo kan aan de stellers van het middel worden toegegeven. Onmogelijk is zij echter evenmin: indien JBZ stelt op grond van artikel 23.8 van de Raamovereenkomst tot ontbinding te kunnen overgaan en Alert c.s. in reactie hierop niet naar voren brengt dat artikel 23.8 van de Raamovereenkomst enkel een bevoegdheid tot beëindiging (niet inhoudende ontbinding) bevat, kan en mag het hof ervan uitgaan dat ontbinding op grond van artikel 23.8 van de Raamovereenkomst tot de mogelijkheden behoort. In dat licht bezien voldoet een klacht die ter onderbouwing slechts in algemene zin en zonder vindplaatsen verwijst naar ‘JBZ’s (verdere onderbouwing van haar) ontbindingsvorderingen en de door Alert c.s. daartegen aangevoerde verweren’ niet aan de daaraan op grond van art. 407 lid 2 Rv te stellen vereisten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3, en de alinea staat in dat document op bytes 95208 tot 96440.