Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Onder 2.65. Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1099.

Ik heb mij de vraag gesteld of voor een meer welwillende lezing van het subonderdeel aanleiding bestaat. De derde volzin onder 4.3 en de bijbehorende voetnoot 39 duidt namelijk alsnog aan dat Alert c.s. het verweer heeft gevoerd dat art. 23.8 van de Raamovereenkomst geen ontbindingsgrond maar een opzeggingsgrond inhoudt en klaagt erover dat het hof aan dat verweer geen kenbare aandacht heeft besteed. Hier staat dus alsnog wat in subonderdeel 4.2 had moeten staan. Vatten we het subonderdeel op als mede gericht tegen rechtsoverwegingen 3.12.2 en 3.15 van het tussenarrest van 15 februari 2015, dan geldt dat het hof de verwerping van bedoeld verweer inderdaad niet heeft gemotiveerd. Zou ik menen dat het verweer kansrijk was en dat Alert c.s. dus door het hof tekort zijn gedaan, dan zou ik de bedoelde welwillende lezing zeker hebben willen bepleiten. Tegen de achtergrond van hetgeen onder 2.62 is gezegd, bepleit ik die lezing echter niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca85f54e6a93053661ed120bd357721c9702dde349258f403c1d70ce64032ee3, en de alinea staat in dat document op bytes 99415 tot 100376.