Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:11.

Onderdeel 1 komt neer op de klacht dat het hof de Raad voor de Kinderbescherming ten onrechte, althans op onbegrijpelijke gronden, ontvankelijk heeft geacht in zijn inleidend verzoek tot ondertoezichtstelling van de dochter. In strijd met art. 799a lid 1 Rv vermeldt het inleidend verzoekschrift niet de concrete bedreigingen voor de ontwikkeling van de minderjarige. Ook op grond van de algemene regel in art. 278 lid 1 Rv in verbinding met art. 799 lid 2 Rv had de Raad voor de Kinderbescherming in het inleidend verzoekschrift een duidelijke omschrijving moeten opnemen van de gronden waarop het verzoek om ondertoezichtstelling berust. Volgens het middelonderdeel voldoet het door de Raad voor de Kinderbescherming ingediende verzoekschrift niet aan deze eisen: de verwijzing in het verzoekschrift naar de bijgevoegde raadsrapportage acht de moeder ontoereikend. Hetzelfde gebrek kleeft volgens de moeder aan het verzoekschrift in hoger beroep. Het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming dat (ten gevolge van de weigering van de ouders om aan het raadsonderzoek mee te werken) “niet duidelijk is” of de dochter de opvoeding krijgt die zij nodig heeft en dat “niet uitgesloten kan worden” dat de dochter op lichamelijk en/of sociaal-emotioneel vlak onherstelbare schade oploopt , is volgens de klacht ontoereikend voor een ondertoezichtstelling. Het door de ouders gevoerde verweer was daarop gericht. Tot zover de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffa6fec7fe2e7ad5b613265e022cea6b35f8d8d02ef0409fe2ead68f823d7bd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffa6fec7fe2e7ad5b613265e022cea6b35f8d8d02ef0409fe2ead68f823d7bd9, en de alinea staat in dat document op bytes 8436 tot 10002.