Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:11.

Dit gedeelte van de klacht mist feitelijke grondslag. Het hof heeft in geen enkel stadium van de procedure een (al dan niet met dwangsomsanctie versterkt) bevel tot het verstrekken van informatie gegeven, zodat van ‘dwingen’ geen sprake is. Op zich is juist, dat de maatregel van kinderbescherming niet enkel kan berusten op de wens van een overheidsorgaan (hier: de Raad voor de Kinderbescherming) medische informatie over de dochter te verkrijgen zonder medewerking van de ouders : er moet een concrete aanleiding zijn die aan het wettelijk criterium beantwoordt en een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. Dit strookt ook met de hoofdregel in art. 8 lid 1 EVRM: de inmenging in het gezinsleven moet een dringende maatschappelijke behoefte dienen en de maatregel moet proportioneel zijn in het licht van het nagestreefde doel. Anderzijds kan niet de eis worden gesteld dat met een ondertoezichtstelling wordt gewacht totdat het te duchten onheil is ingetreden: dat zou afbreuk doen aan het beschermende karakter van deze maatregel van kinderbescherming. Het hof ziet in de feiten, vermeld in rov. 5.8 – 5.12, voldoende concrete aanleidingen voor een ondertoezichtstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffa6fec7fe2e7ad5b613265e022cea6b35f8d8d02ef0409fe2ead68f823d7bd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffa6fec7fe2e7ad5b613265e022cea6b35f8d8d02ef0409fe2ead68f823d7bd9, en de alinea staat in dat document op bytes 23067 tot 24325.