Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017
Onder 3.27. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:112.
Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad is de schuldeiser bij de overneming niet te goeder trouw indien hij wist dat de schuldenaar in een zodanige toestand verkeerde dat zijn faillissement dan wel zijn surseance van betaling was te verwachten. Dit criterium lijkt sterk op het criterium voor wetenschap van benadeling in art. 42 Fw (te weten, kort gezegd, dat het faillissement met een redelijke mate van waarschijnlijkheid was te voorzien).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1e6335395afaabf3ae5087f004bec138e87fd47c25e37c264beea5e285a7941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1e6335395afaabf3ae5087f004bec138e87fd47c25e37c264beea5e285a7941, en de alinea staat in dat document op bytes 50723 tot 51309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1e6335395afaabf3ae5087f004bec138e87fd47c25e37c264beea5e285a7941 | shasum -a 256