Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2017
Onder 4.1 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:113.
De prejudiciële vraag die ter beantwoording voor ligt is welk moment moet worden aangeduid als het einde van de periode waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest als bedoeld in art. 288 lid 2 sub d Fw. Het moment zoals bedoeld in art. 356 lid 2 Fw of het eerder gelegen moment zoals bedoeld in art. 349a Fw. Deze vraag is relevant, omdat op het moment van het einde van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de termijn van tien jaar zoals bedoeld in art. 288 lid 2 sub d Fw gaat lopen, gedurende welke termijn de schuldenaar geen hernieuwd beroep op de schuldsaneringsregeling kan doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2887eed2331712a5dd78b8a337d224ad37ca5b476fe61e5eec94e7f4c622d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2887eed2331712a5dd78b8a337d224ad37ca5b476fe61e5eec94e7f4c622d4, en de alinea staat in dat document op bytes 8670 tot 9360.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd2887eed2331712a5dd78b8a337d224ad37ca5b476fe61e5eec94e7f4c622d4 | shasum -a 256