Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2017
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:113.
Op grond van art. 351a Fw brengt de bewindvoerder uiterlijk drie maanden voordat de termijn ex art. 349a Fw afloopt verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Hierna bepaalt de rechtbank ex art. 352 lid 1 Fw op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn van art. 349a Fw, wanneer de terechtzitting, waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld, plaatsvindt. De zitting wordt ingevolge lid 2 van art. 352 Fw niet eerder dan veertien dagen en niet later dan eenentwintig dagen na de beschikking van de rechtbank gehouden. De bewindvoerder publiceert de datum en het tijdstip van de zitting op grond van art. 352 lid 3 Fw in de Staatscourant. Uiterlijk drie maanden voordat de termijn van art. 349a Fw afloopt, brengt de bewindvoerder op grond van art. 351a Fw verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling aan zijn verplichtingen heeft gedaan. Op de dag van de terechtzitting of uiterlijk op de achtste dag daarna doet de rechtbank ex art. 354 Fw uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekort geschoten en, indien dit het geval is, of deze tekortkoming aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Op grond van art. 355 lid 1 jo. 351 leden 3-5 Fw kunnen zowel de schuldenaar als de schuldeisers in hoger beroep en cassatie komen. Daarvoor geldt een beroepstermijn van acht dagen. Nadat het eindvonnis ex art. 354 Fw in kracht van gewijsde is gegaan dient de bewindvoerder op grond van art. 356 lid 1 Fw onverwijld over te gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst. Na goedkeuring van de slotuitdelingslijst door de rechter-commissaris ex art. 183 Fw, wordt deze tien dagen ter inzage gelegd bij de griffie. Op grond van art. 184 Fw kunnen schuldeisers binnen de hiervoor genoemde termijn van tien dagen in verzet komen tegen de slotuitdelingslijst. Na het algemeen verbindend worden van de slotuitdelingslijst eindigt de schuldsanering op grond van art. 356 lid 2 Fw. De bewindvoerder doet hiervan aankondiging in de Staatscourant Art. 356 lid 3 Fw bepaalt dat de bewindvoerder na verloop van een maand na de beëindiging rekening en verantwoording doet van zijn behaar aan de rechter-commissaris.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2887eed2331712a5dd78b8a337d224ad37ca5b476fe61e5eec94e7f4c622d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2887eed2331712a5dd78b8a337d224ad37ca5b476fe61e5eec94e7f4c622d4, en de alinea staat in dat document op bytes 15344 tot 17882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd2887eed2331712a5dd78b8a337d224ad37ca5b476fe61e5eec94e7f4c622d4 | shasum -a 256