Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2017
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1166.
Krachtens deze bepaling geniet de derde (in casu: de schuldeiser) bescherming tegen het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de handelende (in casu: de verzekeraar) indien hij op grond van een verklaring of gedraging van de pseudo-principaal (in casu: de verzekerde) gerechtvaardigd heeft vertrouwd op het bestaan van toereikende vertegenwoordigingsbevoegdheid. Dit zogenoemde ‘ toedoen ’ van de pseudo-principaal kan zijn gelegen in het laten voortbestaan van een bepaalde situatie of een andersoortig niet-doen (nalaten). De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan berusten op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de totstandkoming van de betrokken rechtshandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cd25c3f67a65c288a39e15075bfb5b86c570b0eee70d3217e5f303fdff752ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cd25c3f67a65c288a39e15075bfb5b86c570b0eee70d3217e5f303fdff752ba, en de alinea staat in dat document op bytes 44885 tot 45831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1cd25c3f67a65c288a39e15075bfb5b86c570b0eee70d3217e5f303fdff752ba | shasum -a 256