Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1171.

Overigens is het in het onderhavige geval de wél in het verzoekschrift genoemde wederpartij [verweerster] die er een punt van maakt dat de banken als mogelijk andere betrokkenen niet in het verzoekschrift zijn genoemd. Indien zij de banken op de hoogte had gesteld van het verzoek van Bencis tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor hadden de banken op de voet van art. 282 lid 1 Rv, dat van toepassing is op het voorlopig getuigenverhoor, de mogelijkheid om tot de aanvang van de behandeling of, indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling, een verweerschrift in te dienen. Daarbij maakt het niet uit dat zij niet zijn opgeroepen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af7fdc654cce738f54860a85d27aa1222a11dda46474b047b0ea8fd4d220fe7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af7fdc654cce738f54860a85d27aa1222a11dda46474b047b0ea8fd4d220fe7b, en de alinea staat in dat document op bytes 57647 tot 58385.