Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1171.

Onderdeel 1 stelt m.i. terecht voorop dat in een zaak waarin een voorlopig getuigenverhoor wordt verzocht voordat een eventuele zaak aanhangig is, niet de uit art. 166 Rv afkomstige eis kan worden gesteld dat de “te bewijzen aangeboden feiten” betwist zijn of dat deze feiten tot de beslissing van “de zaak” kunnen leiden. Aangezien het voorlopig getuigenverhoor in zo’n geval nu juist de strekking kan hebben om de feiten die tot beslissing van de zaak kunnen leiden, te achterhalen, moet m.i. in het kader van de beoordeling van een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor niet al te strikt de hand worden gehouden aan het vereiste van art. 166 Rv, inhoudende dat de feiten relevant, betwist en voldoende concreet moeten zijn .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af7fdc654cce738f54860a85d27aa1222a11dda46474b047b0ea8fd4d220fe7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af7fdc654cce738f54860a85d27aa1222a11dda46474b047b0ea8fd4d220fe7b, en de alinea staat in dat document op bytes 27071 tot 27904.