Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.

Wat ik hierboven heb geschreven over de situatie naar Nederlands recht, geldt naar mijn mening eveneens voor het recht van Sint Maarten. Voor het antwoord op de vraag of een vóór 15 januari 2001 in het buitenland verrichte erkenning door een gehuwde man thans in Sint Maarten voor erkenning in aanmerking komt, dient te worden getoetst aan de thans geldende opvattingen over de internationaal-privaatrechtelijke openbare orde van Sint Maarten. Dit betekent dat het vóór 15 januari 2001 geldende absolute erkenningsverbod van art. 330 lid 1, aanhef en onder b, BWNA (oud) geen grond meer kan zijn voor toepassing van de weigeringsgrond van de openbare orde in het geval dat in Sint Maarten ná 15 januari 2001 erkenning van een in het buitenland tot stand gekomen erkenning wordt gevraagd. De vierde prejudiciële vraag van het hof moet dus in bevestigende zin worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 54143 tot 55038.