Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.

De rechtsgeldige erkenning van een minderjarige vreemdeling door een Nederlandse man had derhalve automatisch nationaliteitsrechtelijk gevolg; aanvullende vereisten werden niet gesteld. De hierboven geciteerde tekst van art. 4 RWN heeft gegolden tussen 1 januari 1985 en 1 april 2003. Op 1 april 2003 is art. 4 RWN aanscherpt in die zin dat een erkenning niet meer zonder aanvullende voorwaarden nationaliteitsrechtelijk gevolg heeft. Aangezien de erkenning van verzoeker door de man heeft plaatsgevonden op 6 juni 1990, blijft de tot 1 april 2003 geldende tekst van art. 4 RWN relevant voor de vraag of deze erkenning nationaliteitsrechtelijk gevolg heeft ook al dient deze vraag zich na 1 april 2003 aan. De vraag die thans voorligt is dus of de verzoeker aan de ten tijde van de erkenning door de man geldende tekst van art. 4 lid 1 RWN (oud) het Nederlanderschap kan ontlenen. Vaststaat dat de erkenner ten tijde van de erkenning Nederlander was. De vraag is of de buitenlandse erkenning in 1990 in de Dominicaanse Republiek kan worden aangemerkt als een rechtsgeldige erkenning zoals bedoeld in art. 4 lid 1 RWN (oud).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 56322 tot 57650.