Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.

Op grond van de hiervoor genoemde rechtspraak van het EHRM moet de eerste prejudiciële vraag van het hof in bevestigende zin beantwoord worden. Het ongeclausuleerde wettelijk erkenningsverbod voor een met een andere vrouw dan de moeder gehuwde man – die tevens de verwekker van het kind is – in het destijds geldende art. 330 lid 1, aanhef en onder b, BWNA moet worden beschouwd als een inmenging in het privé leven van de man in de zin van art. 8 lid 1 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 23300 tot 23779.