Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.

Ook de tweede prejudiciële vraag dient naar mijn mening bevestigend te worden beantwoord. De wijze waarop de Hoge Raad in de beschikking van 10 november 1989 de geoorloofdheid van de inmenging in ‘family life’ van de verwekker heeft beoordeeld, komt overeen met de wijze waarop in de rechtspraak van het EHRM wordt nagegaan of een inmenging in het ‘private life’ gerechtvaardigd is op de in art. 8 lid 2 EVRM genoemde gronden. Uit deze rechtspraak volgt dat een inmenging in het recht op eerbiediging van het ‘private life’ een schending oplevert van art. 8 EVRM:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 28012 tot 28602.