Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.
Met de derde prejudiciële vraag wenst het hof te vernemen of, aangenomen dat op 6 juni 1990 de gehuwde verwekker naar het recht van Sint Maarten niet bevoegd was zijn kind te erkennen, dit naar ongeschreven regels van internationaal privaatrecht van Sint Maarten betekent dat de buitenlandse erkenning van 6 juni 1990 niet in Sint Maarten kon worden erkend. Deze vraag neemt als uitgangspunt dat de man op 6 juni 1990 naar het recht van Sint Maarten niet bevoegd was zijn kind te erkennen op grond van het destijds geldende absolute erkenningsverbod van art. 330 lid 1, aanhef en onder b, BWNA. Zie ik het goed, dan betreft deze vraag niet de situatie waarin met een beroep op de eerbiediging van het in art. 8 lid 1 EVRM verankerde recht op ‘private life’ van de verwekker het absolute erkenningsverbod van art. 330 lid 1, aanhef en onder b, BWNA doorbroken zou kunnen worden (zie de beantwoording van de tweede prejudiciële vraag).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 32233 tot 33223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a | shasum -a 256