Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.

Bij de behandeling van deze vraag stel ik voorop dat de man op het moment (6 juni 1990) dat hij verzoeker in de Dominicaanse Republiek erkende, de Nederlandse nationaliteit had, zijn gewone verblijfplaats in Sint Maarten had en gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder van verzoeker. Nu deze erkenning volgens het destijds geldende art. 330 lid 1, aanhef en onder b, BWNA nietig was en in Sint Maarten wegens strijd met de openbare orde niet werd erkend, rijst de vraag of deze strijdigheid met de openbare orde is komen te vervallen door de wetswijziging van 15 januari 2001 op grond waarvan een gehuwde man zijn buitenechtelijk verwekt kind kan erkennen (art. 1:204 lid 1, aanhef en onder e, BWNA). Met andere woorden, kan een buitenlandse erkenning van een kind die volgens het vóór de wetswijziging van 15 januari 2001 geldende recht niet voor erkenning in Sint Maarten in aanmerking kwam, vanaf 15 januari 2001 toch worden erkend omdat het absolute erkenningsverbod voor de gehuwde man is komen te vervallen? In dit kader rijst de kwestie van de werking van de internationaal-privaatrechtelijke openbare orde in de tijd bezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 35343 tot 36496.