Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.

Voor de onderhavige zaak is de weigeringsgrond van art. 10:101 lid 2, onder a, BW van belang: de buitenlandse afstamming wordt niet erkend indien de erkenning van het kind in het buitenland is verricht door een Nederlander die naar Nederlands recht niet bevoegd zou zijn het kind te erkennen. De toepassing van de openbare-orde-exceptie wordt in dat geval dwingend voorgeschreven. Volgens de parlementaire geschiedenis beoogt deze weigeringsgrond ‘(…) misbruik van de erkenning ter omzeiling van de adoptiewetgeving te voorkomen’. Deze weigeringsgrond is op 1 mei 2003 opgenomen in art. 10 lid 2, onder a, van de Wet conflictenrecht afstamming en op 1 januari 2012 overgeheveld naar art. 101 van Boek 10 BW. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt echter dat deze weigeringsgrond ook vóór de inwerkingtreding van de Wet conflictenrecht afstamming onderdeel uitmaakte van het Nederlandse internationaal privaatrecht inzake afstamming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 39308 tot 40456.