Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174.

‘Er zij hier nogmaals aan herinnerd dat art.1:204 lid 1 onder e BW vanaf 1 april 2014 is komen te vervallen; het verbod als Nederlandse gehuwde man een kind van een andere vrouw te erkennen is vanaf dat tijdstip opgeheven (zie nr. 300). Dit betekent dat vanaf dit moment een in het buitenland gedane erkenning door een Nederlandse gehuwde, in beginsel, man niet meer in strijd is met onze openbare orde, als geconcretiseerd in art. 10:101 lid 2 onder a BW (…). Dit houdt echter mijns inziens niet in dat ook alle vóór 1 april 2014 gedane buitenlandse erkenningen door gehuwde Nederlanders inmiddels wel voor erkenning in aanmerking komen. De wijziging van het Nederlandse materiële recht (vanaf 1 april 2014) wijzigt weliswaar ook de inhoud van de openbare orde, maar niet met terugwerkende kracht. Het verlenen van terugwerkende kracht aan dergelijke erkenningen zou mijns inziens ook een forse inbreuk betekenen op het belang van de rechtszekerheid die in kwesties van afstamming zwaar heeft te gelden’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0df7ebf7dab32dc348adb777d66c9cdc10e663ef3149a6d5b132f2d1c0e76d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 48361 tot 49452.