Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1176.
Onderdeel 2 stelt daarmee aan de orde wat de reikwijdte is van de dwingende bewijskracht van de in dit geding aan de orde zijnde handgeschreven akte van 30 maart 2010. Niet in geschil is dat dit stuk een onderhandse akte in de zin van art. 156 lid 3 Rv is: niet is gesteld dat de inhoud van de akte of de ondertekening vals zou zijn (art. 159 lid 2 Rv). Centraal staat daarom de vraag of de akte dwingend bewijs oplevert van de gestelde koopovereenkomst danwel op een andere wijze kan bijdragen aan het bewijs van het probandum. Zoals reeds is besproken (hiervoor randnummers 2.3-2.5, heeft [eiseres] gesteld dat uit de akte blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de essentiële voorwaarden voor de koop, terwijl de akte volgens [verweerder] slechts intenties van partijen weergeeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d, en de alinea staat in dat document op bytes 61807 tot 62668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d | shasum -a 256