Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1176.

In dit verband betoogt onderdeel 3 dat ook wanneer de akte van 30 maart 2010 slechts vrije bewijskracht zou hebben, het hof deze akte kenbaar in zijn bewijswaardering had moeten betrekken: het hof heeft de akte in rov. 10.5. ten onrechte van zijn bewijswaardering uitgesloten en daarmee blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van art. 152 Rv. Onderdelen 9-12 lichten nader toe dat het hof daarbij de Haviltex-maatstaf niet kenbaar heeft toegepast, omdat het bij de uitleg van hetgeen in de akte is verklaard niet het overige bewijs heeft betrokken; dit terwijl het hof in rov. 7.7. van het tweede tussenarrest [eiseres] juist had opgedragen om bewijs te leveren dat kon strekken tot aanvulling van het reeds aangedragen bewijs, waaronder de akte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d, en de alinea staat in dat document op bytes 68926 tot 69781.