Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1176.

Ook wanneer de laatste zin van rov. 10.5. zo moet worden begrepen dat het hof van oordeel is dat de akte om een andere reden niet aan het bewijs van het probandum kan bijdragen, had het hof dat oordeel nader dienen te motiveren. Zonder zo’n nadere motivering is immers niet in te zien dat de akte van 30 maart 2010, ondanks dat deze geen concrete, tot koop en verkoop strekkende verklaring bevat, in het geheel niet aan het bewijs van het bestaan van een koopovereenkomst kan bijdragen. Het hof ziet er daarmee aan voorbij dat de akte – zeker in samenhang met de andere bewijsmiddelen – ook zonder een concrete, tot koop strekkende verklaring aan het (vrije) bewijs van het bestaan van een koopovereenkomst kan bijdragen, omdat het daarbij aankomt op hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d, en de alinea staat in dat document op bytes 72839 tot 73700.