Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1176.

Een waarschijnlijker lezing van de betreffende overweging is dat het oordeel van het hof dat de verklaring van [betrokkene 1] niet kan bijdragen aan het bewijs van het bestaan van een overeenkomst, primair daarop is gebaseerd dat deze verklaring door die van [verweerder] wordt tegengesproken. Nu ’s hofs oordeel niet primair berust op een toepassing van art. 164 lid 2 Rv, gaat de klacht dat het hof die bepaling zou hebben miskend uit van een verkeerde lezing van rov. 10.17. Zij mist feitelijke grondslag en treft daarom geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d, en de alinea staat in dat document op bytes 78150 tot 78700.