Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1176.

Dat een overeenkomst tot stand is gekomen, blijkt ook uit de brief van [verweerder] die door [eiseres] op 28 juli 2010 is ontvangen, waarin [verweerder] zich beroept op een ontbindende voorwaarde en verwijst naar een ‘koopovereenkomst’. Daarnaast blijkt dit daaruit dat notaris [de notaris] de akte van 30 maart 2010 als ‘het handgeschreven contractje’ heeft aangeduid en dat hij, mede naar aanleiding van minnelijk overleg bij hem op kantoor op 17 juni 2010 een nadere overeenkomst heeft opgesteld die, blijkens de considerans, strekt tot aanvulling van de op 30 maart 2010 gesloten schriftelijke koopovereenkomst. Verder verwijst [eiseres] naar de verklaring van [betrokkene 2] . Deze heeft onder meer verklaard dat hij tijdens een bespreking op 8 april 2010 heeft geverifieerd dat tussen partijen wilsovereenstemming bestond over de verkoop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a51ec3c55a3ec26085bcb3f1befc2815ae2f2e74c75b3dbec2b72992e127c64d, en de alinea staat in dat document op bytes 32578 tot 33635.