Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.

Het subonderdeel neemt blijkens cassatiedagvaarding nrs. 55 en 59 tot uitgangspunt dat BMW een pandrecht heeft verkregen op de vordering van [G] op de koper ter zake van de voor haar activa overeengekomen koopprijs. Het onderdeel verwijst echter niet naar specifieke stellingen van [eiser] (in combinatie met de door het onderdeel geciteerde pandaktes) van de strekking dat de vordering van [G] betreffende de koopsom aan BMW was verpand. Met de enkele verwijzing naar de pandakte van 10 januari 2006 maakt het onderdeel in het licht van de beperkte mogelijkheid tot verpanding van toekomstige vorderingen (art. 3:239 lid 1 BW) bovendien nog niet duidelijk dat de vordering op de koper daadwerkelijk verpand was, nu vast staat dat de activa van [G] eerst op 9 februari 2006 aan BMW zijn verkocht , nog daargelaten dat de vordering (en het eventueel daarop rustende pandrecht) gelet op de door de curator onbetwist gestelde betaling van de koopprijs aan [G] (op 31 januari 2006 en 15 februari 2006 ) is tenietgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 47513 tot 48833.