Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.

Onderdeel XI keert zich met een rechts- en een motiveringsklacht tegen de vaststelling van de door de gezamenlijke faillissementscrediteuren van [G] geleden schade op het gevorderde bedrag van € 1.008.401,14. Daartoe wordt aangevoerd dat het hof ter vaststelling van de omvang van de schade had moeten nagaan in welke positie [G] zonder de als onrechtmatig beoordeelde gedragingen van [eiser] zou hebben verkeerd. Daarbij wordt gewezen op (het beroep van [eiser] op) de verpanding van (i) de vorderingen van de [de vennootschappen] vennootschappen op derden (waaronder [G] ), en (ii) de vorderingen van [G] op derden (waaronder de koper van de activa), zulks tot zekerheid van de vorderingen van ING en BMW op de andere vennootschappen. Voorts wordt erop gewezen dat [G] pas is gefailleerd nadat [eiser] zijn werkzaamheden als adviseur eind maart/begin april 2006 had beëindigd en nadat [I] in mei 2006 was gefailleerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 51249 tot 52337.