Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.

Dit onderdeel slaagt. De gevorderde wettelijke rente kan niet ingaan op een tijdstip dat gelegen is vóór het plegen van de aan [eiser] verweten onrechtmatige daad. De verschuldigdheid van wettelijke rente wegens de vertraging in de voldoening van een schadevergoedingsverbintenis uit onrechtmatige daad veronderstelt immers het bestaan van een (opeisbare) vordering tot schadevergoeding. De rechter dient na te gaan of de aan de vordering ten grondslag gelegde feiten het gevorderde kunnen dragen. Een afwijzing van de vordering door aanvulling van rechtsgronden (rechtsregels) kan plaatsvinden op basis van door eiser zelf gestelde feiten. Terzijde zij opgemerkt dat, anders dan partijen in cassatie veronderstellen, [eiser] de ingangsdatum van de gevorderde wettelijke rente wel degelijk heeft bestreden als zijnde “een raadsel” (MvA nr. 130).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 54102 tot 55158.