Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.
Deze motiveringsklacht faalt. Zij ziet eraan voorbij dat het hof in rov. 3.15 in navolging van rov. 3.6 (in cassatie onbestreden) tot uitgangspunt neemt dat [eiser] bij zijn aantreden de totale schuldenpositie van de vennootschappen in kaart had moeten brengen en “niet betwist is” dat hij alsdan (dit woord is weggelaten in het citaat in de cassatiedagvaarding) van de (potentiële) belastingschuld had kunnen weten. Bovendien wordt niet opgekomen tegen het oordeel van het hof in rov. 3.14 – dat [eiser] primair zelf een verwijt treft door geen bezwaar te maken tegen de belastingaanslagen nu het gaat hetzij om aanslagen naar aanleiding van (nota bene) eigen aangiftes in de periode januari t/m maart 2006 toen [eiser] bij de vennootschappen zijn adviserende rol vervulde, hetzij om aanslagen naar aanleiding van het boekenonderzoek die (mede gelet op datum van het voorlopig rapport van 17 februari 2006 en die van het eindrapport van 14 maart 2006) ten tijde van de adviserende rol van [eiser] redelijkerwijs waren te voorzien – zodat het onderdeel om die reden ook belang mist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 64888 tot 66027.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b | shasum -a 256