Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.

Subonderdeel VIc faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 3.19-3.23 – naar aanleiding van het verweer van [eiser] dat de transacties gerechtvaardigd waren omdat ING en BMW zekerheden hadden bedongen –onderzocht of de norm van art. 3:277 lid 1 BW daadwerkelijk is geschonden en onrechtmatig is gehandeld jegens de gezamenlijke faillissementscrediteuren, en of er sprake is van (voldoende aannemelijkheid van) schade geleden door de gezamenlijke faillissementscrediteuren. Het is in dat verband – in cassatie tevergeefs bestreden – tot het oordeel gekomen dat de verkochte activa van [G] en [E] niet (alle) aan ING en BMW waren verpand (rov. 3.19 resp. 3.20). Daarnaast miskent het subonderdeel dat de door het hof beoordeelde transacties niet slechts betalingen aan ING en BMW betreffen (rov. 3.1 (iv)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 77122 tot 77969.