Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017
Onder 2.47 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.
Volgens subonderdeel VIIIc is het oordeel van het hof in rov. 3.10-3.18 dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de gezamenlijke schuldeisers niet naar de eisen der wet met redenen omkleed. Het hof is voorbijgegaan aan de als essentieel aan te merken stelling van [eiser] dat hij geen wetenschap heeft gehad van noch betrokkenheid heeft gehad bij de aangiften omzetbelasting over januari tot en met maart 2006 en hij, toen de aangifte over maart 2006 (een maand nadien) werd ingediend, bovendien al niet meer bij de [de vennootschappen] -vennootschappen c.s. betrokken was, en hem om deze reden dienaangaande geen verwijt kan worden gemaakt, althans (indien al onrechtmatig is gehandeld) de onrechtmatige daad hem niet valt toe te rekenen. Het hof heeft miskend dat het niet zonder motivering voorbij mag gaan aan essentiële stellingen van partijen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 85758 tot 86666.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b | shasum -a 256