Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017
Onder 1.1 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.
(v) Bij overeenkomsten van 11 januari 2006, 9 februari 2006 en 17 maart 2006 zijn achtereenvolgens de activa van [E] , [G] en [M] verkocht; die van [E] aan een derde ( [P] B.V.) en die van [G] en [M] aan BMW. Uit de opbrengst zijn BMW en ING volledig voldaan, heeft in ieder geval [betrokkene 3] (indirect) substantiële bedragen ontvangen (dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ook substantiële bedragen van de vennootschappen hebben ontvangen is betwist) en is het honorarium van [eiser] , althans [N] , betaald; volgens de curator circa € 372.725,- en (via [betrokkene 3] ) € 249.900,-, volgens [eiser] bedragen van € 180.070,- en € 47.600,-. Deze verkopen en aanwending van de opbrengst daarvan worden hierna aangeduid als de transacties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 7674 tot 8437.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b | shasum -a 256