Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1219.

Het hof stelt vast dat de memorie van antwoord louter kale ontkenningen bevat dat er een belastingschuld is - er zou daarentegen een vordering zijn op de belastingdienst - onder ongespecificeerde verwijzingen naar eigen visies/pleitnota’s en het arrest van dit hof in het hoger beroep in de strafzaak. Het hoeft geen betoog dat daarmee niet is voldaan aan de vereiste substantiering om tot tegenbewijs te worden toegelaten. Eerst in de pleitnota in hoger beroep in deze zaak - waarbij vraagtekens kunnen worden gesteld bij de tijdigheid, maar dit terzijde - wordt aan de ontkenningen van de belastingschuld enige handen en voeten gegeven. In de aangiftes omzetbelasting januari t/m maart 2006 zou negatieve voorbelasting in aanmerking zijn genomen in verband met de creditering (naar het hof begrijpt dat is bedoeld: door BMW) van inkoopfacturen. Deze creditering - zo wordt voortgeredeneerd - zou ten onrechte zijn geschied omdat op de overgang van de activa van [E] , [G] en [M] het regime van art. 31 (oud) (inmiddels artikel 37 d) Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bd6bf7209ddf391b646a22bea1f08ca16d12f44f6cb003188769989f2c298b, en de alinea staat in dat document op bytes 21854 tot 22959.