Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Onder 3.9. Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1251.

De vraag of een onrechtmatige daadsvordering door de korte verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW wordt bestreken is door de Hoge Raad beantwoord in HR 21 april 2006, NJ 2006, 272 (Inno/Sluis). Daarin oordeelde de Hoge Raad dat iedere rechtsvordering en ieder verweer van de koper dat feitelijk gegrond is op het niet beantwoorden van de afgeleverde zaak aan de overeenkomst onder de werking valt van art. 7:23 lid 2 BW, ook als op deze grondslag (tevens) een vordering uit onrechtmatige daad is gebaseerd. De vraag is of uit het arrest Inno/Sluis mag worden afgeleid dat ook een onrechtmatige daadsvordering die gebaseerd is op bedrog onder de werking van art. 7:23 lid 2 BW valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb975004a724e0f64840ed387573eb29ddfae34be46bfb62d74ee45138bf0263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb975004a724e0f64840ed387573eb29ddfae34be46bfb62d74ee45138bf0263, en de alinea staat in dat document op bytes 39129 tot 39924.