Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017
Onder 4.53 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1257.
De vraag rijst vervolgens wat rechtens is wanneer de pandhouder en de pandgever de overeenkomst tot onderhandse verkoop op de voet van art. 3:251 lid 2 BW reeds voor de faillietverklaring hebben gesloten. Het belangrijkste verschil met de hiervoor geschetste situaties is dat in dit geval aan de verkoop geen overeenkomst tussen de curator en de pandhouder ten grondslag ligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5f90d8709f337d8aca43a69404947b2b1f73a08c06d703981e5272971d58592. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5f90d8709f337d8aca43a69404947b2b1f73a08c06d703981e5272971d58592, en de alinea staat in dat document op bytes 84958 tot 85348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5f90d8709f337d8aca43a69404947b2b1f73a08c06d703981e5272971d58592 | shasum -a 256