Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017

Onder 1.10 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1281.

Bij verweer stelt de staatssecretaris dat het oordeel dat een afspraak tussen [C] en de inspecteur is gemaakt, berust op de aan het Hof voorbehouden waardering van bewijsmiddelen en dat dat oordeel geenszins onbegrijpelijk is. Het Hof heeft die afspraak voorts terecht in overeenstemming geacht met het Btw-vastgoedbesluit 2009, dat onveranderd is voortgezet. De indeplaatstreding ex art. 37d Wet OB brengt volgens hem mee dat lopende herzieningstermijnen op de overnemer overgaan en ziet volgens hem ook op de omzet-belastinggevolgen van de kwalificatie van een object als een of meer zelfstandige onroerende zaken. ’s Hofs oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat de som van de koopsom en de gekapitaliseerde waarde van de erfpachtcanon en de opstalretributie hoger is dan de waarde van de zaken waarop de rechten betrekking hebben, is niet onbegrijpelijk en verweven met waardering van feiten, zodat het in cassatie niet kan worden getoetst, aldus de staatssecretaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb, en de alinea staat in dat document op bytes 18752 tot 19742.