Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017
Onder 3.3. Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1281.
In het hoger beroep oordeelt het hof eveneens dat het gebouw als één goed in de zin van artiekl 3, eerste lid, onderdeel h, van de Wet OB 1968 dient te worden aangemerkt. Daarbij stel het hof vast dat het gebouw flexibel is in te delen en dat de te verhuren gedeelten worden afgestemd op de (wisselende) wensen van huurders, alsmede dat de huurders gebruik maken van een centrale ontvangsthal op de begane grond met een centrale receptie waar alle bezoekers zich moeten melden, een gemeenschappelijke parkeergarage en een aantal gemeenschappelijke voorzieningen, waaronder een centrale opgang, een centrale lift, centrale verwarming en dergelijke technische voorzieningen/installaties. Daarnaast merkt het hof op dat een huurder een ruimte kan huren van elke gewenste omvang en dat een ruimte zonder ingrijpende bouwkundige voorzieningen op eenvoudige wijze groter of kleiner kan worden gemaakt, zodat geen sprake is van (vaste) units. De belanghebbende heeft bij de eerste verhuur derhalve over het gehele gebouw beschikt voor bedrijfsdoeleinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb, en de alinea staat in dat document op bytes 140166 tot 141229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb | shasum -a 256